Dag 7 - 3 april Van Carthege ( Missouri) via Kansas naar Tulsa (Oklahoma)

Je hebt verzamelaars en verzamelaars en als je veel geld hebt, kun je veel verzamelen. Dat geldt zeker voor de miljonair, die, niet ver van Carthege, op een stuk land een compleet dorp bij elkaar bracht.

Red Oak II bestaat uit een collectie huisjes, winkeltjes en een kerk. In een hang naar nostalgie naar het simpele leven in een klein dorp op het Amerikaanse platteland uit zijn kinderjaren, kocht hij gebouwen uit zijn geboortedorp Red Oak en verplaatste ze naar zijn land bij Carthage, 23 mijl verderop. De kippen scharrelen er tussen de auto’s, de hond loopt met je mee en het geheel ademt de sfeer van Ot en Sien of, beter nog misschien, Donald Duck in de vijftiger jaren. We kijken weer ons ogen uit.





We blijven in die jaren-50 sfeer, als we aan de rand van Carthage een ouderwetse drive-in bioscoop passeren. In de weekeinden kun je er nog steeds, heel romantisch, knus in de auto naar films kijken. Paradise by the dashboardlight!




Het 50-jaren gevoel wordt compleet als we in Avilla in een diner koffie met een centimeter dikke pancake nuttigen. Zwart-wit geblokte tegels op de vloer, formica tafeltjes, stoeltjes met rood skai, het kan niet op.




Kort daarop laten we Missouri achter ons en rijden we 13 mijl door een hoekje van Kansas. We komen door het mijnstadje Galena en passeren het benzinestation van 4 Women on the Road en rijden door de hoofdstraat. 




De route voert nog door Riverton en Baxter Springs en
dan zijn we Kansas al weer door en in de vierde staat: Oklahoma.

In het plaatsje Commerce rijden we zo tegen een ouderwet ijstentje op, compleet met raam voor de drive-in.  Voor 2 hele dollars hebben we ieder een ijsje; wel met het verzoek onze naam in een bezoekersschrift te schrijven. Dat soort gastenboeken komen we steeds tegen.



 Miami in Oklahoma heeft een mooie hoofdstraat en een prachtig theater maar we willen een beetje opschieten en rijden door. Wel houden we een korte fotostop bij het reclamebord  van het Kuku-drive-in restaurant, het laatste van een vroegere keten.


De verzameling Pacards in Afton laten we door tijdgebrek (jammer, jammer) ook achter ons maar wel stoppen we in Foyil bij de grootste totempaal. Ene Ed Galloway bouwde het bijna dertig meter hoge gevaarte tussen 1937 en 1948 en versierde het met allerlei reliëfs en motieven.



Na nog twee fotostops bij een oude brug  en bij de Blue Whale in Catoosa zoeken we een camping. We belanden op het Mingo RV Park in Tulsa, niet ver van de route.



Volgens de boeken hebben we nu 1262 kilometer van de officiële route afgelegd. Nog  2770 te gaan in de komende dertien dagen.




Dag 8 – 4 april Van Tulsa via Oklahoma City naar El Reno


Oliestad Tulsa heeft een flink aantal art deco gebouwen, zo lezen we in een gekregen brochure over Route 66 in Oklahoma.  Nu is een meer dan 8 meter lange camper niet het meest handige voertuig om mee door een stad te rijden maar we willen toch wel iets zien. TomTom brengt  ons naar de Blue Dome, een fraai ontworpen benzinestation uit 1924, dat destijds ook het eerste station was, waar je je auto kon laten wassen. 

Een ander fraai gebouw is de Methodistenkerk op Boston Avenue. Het blijkt een enorm kerkgebouw met fraaie art-deco ornamenten. Dat de kerk zo enorm is, verbaast ons niet echt. Onderweg hebben we al talloze kerken en kerkjes gezien, vooral van de Baptisten. Dit deel van Amerika lijkt  één lange Bible-belt (als thuis).



Na deze sight-seeing ‘smokkelen’ we weer en verlaten we Tulsa via de Interstate. Bij exit 222 (Oakhurst) pikken we de route weer op. De oude Route 66 is in dit deel van Oklahoma vrijwel identiek aan de huidige weg OK66. Er zijn hier en daar nog wel zijweggetjes naar oude stukjes weg maar die slaan we over.

Het is fijn rijden over de brede weg, die Route 66 hier is, en die als een golvend lint in een rechte streep door het landschap gaat. Waar we het eerste stuk door Oklahoma vooral langs enorme groene weiden reden, zien we vandaag weer veel bomen en bosschages.  Ook zien we hier het eerste prille groen aan de kale takken verschijnen.

Je voelt hoe dun bevolkt het hier is, afgezien van de paar grote steden. Deze oude route gaat kilometerslang door land, waar zo hier en daar een huis of boerderij staat om dan bij kleine plaatsjes te komen, die uit slechts een paar straten lijken te bestaan. We  stoppen in Stroud  voor koffie en hamburgers in het Rock Café, een bekend Route-66 adres. Voor graffiti zijn de toiletten een waar eldorado!






En verder gaat het weer, We passeren oude motels en karakteristieke gebouwtjes, die dienst doen als museumpje of winkel. In Arcadia houden we uitgebreid halt bij de Round Barn, ook al weer zo’n gebouw dat door enkele doordouwers liefdevol is gerestaureerd en nu door vrijwilligers en met giften in stand wordt gehouden.





Hiervandaan laten we ons via de Interstate door TomTom naar het National Cowboy en Western Heritage museum in Oklahoma City brengen. Dit blijkt een enorm en fraai opgezet museum te zijn met levensechte  tableaus en veel wetenswaardigheden over het cowboyleven. Amusant is het pioniersdorpje met sheriff, bank, kerk en school.







Ook hier geldt weer dat een stadsbezoek met een camper niet handig is, dus beperken we ons tot een fotostop bij het Oklahoma State Capitol. 


Daarvandaan ‘smokkelen’ we ons weer over de drukke Interstates naar El Reno, zo’n 35 kilometer ten zuiden van Oklahoma City. We vinden een plaatsje voor de nacht op de kleine camping bij Helmsey’s Best Western Hotel (exit  123).

Volgens de gidsen zitten we nu op 1518 kilometer van Chicago. Nog ruim 2500 kilometer te gaan tot Santa Monica. (gisteren schreef ik 1750 kilometer, maar dat was een tikfout: moet natuurlijk 2750 kilometer zijn). 


Dag 9 – 5 april Van El Reno (Oklahoma) naar Shamrock (Texas)

Van Niks naar Nergens, zo voelt de rit van vandaag, die grotendeels voert over het originele beton uit 1930. We gaan veel verder terug dan onze kindertijd en rijden deng – deng, deng – deng over de oude betonplaten. Met behulp van de EZ-guide en de ‘Here it is’ kaarten vinden we de oude route van El Reno naar Hydro. Volgens velen is dit een van de mooiste stukken Route66 en wij zijn het daarmee eens. Wederom als een rechte streep gaat dit stuk weg (met de betonen zijkanten) door velden en bossen met zo nu en dan een bocht. Als bonus is er bij Bridgeport de Pony Brug, een brug met 38 bogen.




In Hydro passeren we Lucilles benzinestation. Ene Lucille verkocht hier 50 jaar lang benzine maar sinds haar dood staat het pandje leeg.



Het is niet verwonderlijk dat we zoveel oude benzinestations tegen komen. Het zijn er waarschijnlijk nog veel meer geweest. Die waren ook nodig, zo leren we in het Route66 museum in Clinton. De vroegere auto’s hadden maar kleine brandstoftanks en moesten vaak al om de 70 kilometer tanken. Mogelijkheden genoeg dus voor de neringdoenden langs de route om een centje bij te verdienen.
Sinds de Interstates Route 66 hebben vervangen, komt er nog nauwelijks verkeer door de plaatsjes. Het gevolg is dat veel motels, winkels en benzinestations hebben moeten sluiten.





Het Route66 museum in Clinton geeft per decennium duidelijk uitleg over de aanleg, het gebruik, de neergang en het belang van de route 66. We krijgen zo een duidelijk tijdsbeeld.


Op het terrein staat ook nog een Valentine Diner. Neringdoenden konden zo’n hokje, dat precies in een treinwagon paste, kant en klaar bestellen, compleet met koelkast, sodamachine en bar met krukjes. Ter plekke aansluiten en je kon verkopen!


Helaas is de diner niet werking. Wij halen dus koffie en kipstukjes – ook authentiek – bij  Dairy Best.

Het wegdek blijft bijna de hele route uit de originele betonplaten bestaan maar vanaf Hydro ligt Route 66 wel parallel aan de Interstate. Terwijl wij voort dengedengen over het beton, raast links of rechts van ons het verkeer over de I-40. Dat doet het echte Route66 gevoel wel een beetje teniet. We proberen maar steeds de andere kant op te kijken en zien dan vooral grote vlaktes, vroeger prairie, nu bijna geheel in cultuur gebracht. In de plaatsjes zien we de vergane glorie van de vroegere belangrijkheid.




In Elk City wacht het National Route 66 Museum. Ook leuk, maar dat in Clinton was interessanter, vinden wij. Ook doet het museum een deel van wat we gisteren in het Cowboymuseum in Oklahoma City zagen, nog eens dunnetjes (en in mindere kwaliteit) over.




Na nog korte fotostops in Erick (waar de winkel van de mediacre musicians, de middelmatige muzikanten, dicht zit) en Texola, rijden we de vijfde staat binnen: Texas.




We bewonderen in Shamrock het U-Drop Inn Café, annex Conoco Station. Het Art Deco gebouw uit 1936 is voor 1,7 miljoen dollar in zijn oude glorie hersteld. Jammer, dat we vanavond niet de verlichting kunnen zien. 


We hebben echter geen zin meer om terug te rijden van de 4 mijl buiten Shamrock gelegen camping West 40 RV Park, pal aan de I40 en pal aan de oude Route66.

We zijn nu 1760 kilometer van het beginpunt in Chicago; nog 2280 te gaan.

De vinger staat bij Clinton ; we zijn nog 130 km verder, in Shamrock (Texas)




Dag 10 - 6 april Van Shamrock (Texas) naar Tucumcari (New Mexico)

We zijn halverwege! Vanmiddag, rond 5 uur plaatselijke tijd, waren we bij het Midpoint Café in Adrian, dat verondersteld wordt precies halverwege Chicago en Los Angeles te liggen. Hoewel het Café al dicht was, was de eigenaar zo vriendelijk ons binnen te laten voor het maken van foto’s en het kopen van stukken van zijn beroemde ugly crust pie voor onderweg.  Het café is letterlijk een plaatje.




Eerlijk gezegd hebben we vandaag wel wat gesmokkeld en ook flinke stukken Interstate gereden. Bijna  het gehele tracé van Route 66  door de ‘panhandle’ van Texas loopt als een soort ‘ventweg’ vrijwel parallel aan de Interstate. Er zijn wel enkele oudere stukken maar die zijn met een camper niet te berijden. Al met al maakt het voor het landschap niet zoveel uit of je de Interstate neemt of niet.

Dat landschap strekt zich als een enorme vlakte uit, zover als het oog reikt. Soms is het land in cultuur gebracht en zie je vee grazen, soms rijd je letterlijk door de prairie. Hoewel de ventweg naast de snelweg wel noodt tot onthaasten,  geeft het toch niet het echte Route66-gevoel.

Het stuk van Groom, via Conway naar exit 89 vonden we wel de moeite waard.

We beginnen de dag in McLean, bij het prikkeldraadmuseum. Hoewel alle verschillende soorten prikkeldraad voor ons niet zo interessant zijn, hebben we er wel geleerd dat die omheiningen en de karakteristieke windmolentjes het mogelijk maakten de prairies om te werken tot vruchtbaar land, waar het vee door de omheining werd tegengehouden en onverlaten er niet gemakkelijk in konden.




 In het museum is ook een kleine maar interessante foto-expositie over de Dustbowl, de stofstormen en jarenlange droogte in de dertiger jaren. Omdat er niets meer groeide en er geen werk meer was, trokken tienduizenden mensen naar het Westen over – jawel – de Route66. Indrukwekkend om te zien.

Onderweg naar Amarillo komen we door verlaten plaatsjes waar sommige signs en oude benzinestations aan betere tijden herinneren en andere fraai gerestaureerd zijn.





  
Een bezoek aan Amarillo kan niet zonder een stop bij  The Big Texan, een enorm Steakhouse met bijbehorend hotel. Als je een steak van 72 oz, oftewel ruim 2 kilo, binnen het uur kunt eten, hoef je niet te betalen. Daar hebben we ons niet aan gewaagd maar een lunch-portie in de enorme maar toch wel gezellige eetzaal kunnen we niet weerstaan. 




Voor het echte Texasgevoel nemen we ook nog een kijkje in een enorme winkel met Western kledij. De laarzen en hoeden staan er met duizenden voor het uitzoeken.




Even voorbij Amarillo vinden we de Cadillac ranch. Een steenrijke Texaan stelde in 1974 een kunstenaarscollectief in staat als kunstwerk tien Cadillacs op zijn land half in te graven. Sindsdien mag iedereen zich er naar hartenlust op uitleven met een spuitbus verf.



Via de Interstate rijden we vervolgens naar Adrian en aansluitend naar Tucumcari in New Mexico. Daar verandert het landschap weer en zien we in de vlaktes de eerste tafelbergen verschijnen.



Bij het Blue Swallow Motel kopen we een fotoboek van Route66.

Een plaatsje voor de nacht vinden we op  de Kiva-camping, annex motel.

En weer valt ons op hoe vriendelijk iedereen is, van de mevrouw in het prikkeldraadmuseum tot de uitbater van het Midpointcafé en van de eigenaresse van het Blue Swallow Motel tot de baas van de kleine camping, iedereen wil het ons naar de zin maken en is bereid tot een praatje.

We zijn nu bij kilometer 2122; nog 1915 te gaan.   

Printfriendly